woensdag 15 juni 2016

Moet er nog zout zijn?


Woensdag 15 juni 2016

In de zoutmijn

De Wieliczka-zoutmijn is een van de oudste zoutmijnen ter wereld. Het winnen van zout op deze plek werd voor het eerst vermeld in 1044. In 1992 is de productie van zout er stopgezet, na een grote overstroming. De gangen van de mijn zijn in totaal 300 kilometer lang en bereiken een diepte van 327 meter. Wij dalen eerst af tot 65 meter. Gelukkig mogen Anita en Guido de personeelslift nemen. Hier mag je likken van de vloer en van de muren: het is allemaal zout, ook al lijkt de vloer van marmer. We bewonderen de zoutsculpturen: figuren als Copernicus, kabouters, mijnwerkers met toortsen om gas te detecteren, enz. Er zijn mooie ruimten, zowel om te bidden, als om te feesten en voor concerten. De paarden die vroeger in de mijngangen werkten (en woonden), zijn er ook afgebeeld, en Madeleine hoort het graag: wie niet goed voor de paarden zorgde, kreeg zijn ontslag. Een streepje Chopinmuziek bij het meer is het einde van de rondleiding.

Terug naar boven

Omdat de lucht in de mijn vrij is van vervuiling en rijk is aan micronutriënten, heeft men een kuuroord gebouwd op 135 meter diepte. Wij vinden het wandelen op zich al een goede kuur, zeker op de terugweg. De gids leidt ons doorheen lange gangen, tegen een flinke snelheid, maar iedereen kan volgen. De gezonde lucht werkt al? Eindelijk komen we bij de liften, die iedereen nog sneller naar boven brengen.

Marktbezoek

Vandaag hebben we tijd om vroeg te dineren. We gaan opnieuw de Italiaanse toer op. Dan is het effen rusten en dan naar de Grote Markt. Met haar 200 m² is de grote markt van Krakau het grootste middeleeuwse plein van Europa. Een lakenhal is er in het midden geplant. Wij wandelen er doorheen en gaan dan effen schuilen in de gotische Mariakerk. Je mag er geen foto’s nemen, enkel bidden, en daar houden wij ons aan (of hebben de anderen alleen maar gekeken?). Omwille van de avondregen gaan we hotelwaarts, naar de ‘schoonste plek van Krakov’, de orangerie van ons hotel, waar we soepen en dessertjes eten, met zicht op de skyline van torens.
 

De schacht van de zoutmijn


Wachten in de zon


Geen marmer, maar zout


Paard aan het werk in de draaimolen om materialen naar boven te hijsen


Guido bij het zoutbeeld van Kazimierza, historische koning


De ondergrondse kerk


Het Laatste Avondmaal in zout


Rik tussen de zoutmannen


Lakenhal op de grote markt

 

dinsdag 14 juni 2016

Een dag om te gedenken en te overdenken


Dinsdag 14 juni 2016

In Auschwitz

We gaan op bezoek in het concentratiekamp van Auschwitz. Je weet wat je te wachten staat, maar dat het gehele systeem zo uitgebreid en ‘duivels’ georganiseerd is, dringt hier tot mij door. In de autobus zien we reeds een film en een interview met de Russische cameraman die de beelden maakte van het kamp bij de bevrijding in januari 1945. Hij vertelt over de levende doden en de resten van lijken die zij er aantroffen. Zij die het overleefden, hebben nooit meer normaal kunnen leven. In Auschwitz zelf horen we het hele verhaal van wat er met de duizenden gedeporteerden gebeurde. Er werd hen alles ontnomen, niet alleen hun bezittingen en hun haren, maar heel hun mens zijn. Zij werden niet meer als mensen gezien maar als onder-mensen, niet meer waard om te leven. Wie heeft daar zijn ziel en zijn hart open kunnen houden? Van sommigen weten we het: Pater Kolbe, Etty Hillesum, Oskar Schindler, …

In Birkenau

Vele malen groter dan Auschwitz is Birkenau. Daar werden elke dag enkele duizenden mensen vergast en verbrand. Soms al onmiddellijk bij hun aankomst, toen zij mochten gaan douchen. Maar uit de douchekranen kwam geen water. Met tweeduizend tegelijk kregen zij gas over zich. Hun doodsstrijd duurde dan een half uur. De lijken werden gevonden met bloed en uitwerpselen besmeurd en met van pijn vertrokken gezichten. Geselecteerde joden van het Sondercommando kregen de opdracht om de lijken naar de oven te brengen en de zaal grondig te zuiveren en weer te parfumeren. Na zeven maanden was het hun beurt om te sterven. In Birkenau zijn veel gebouwen vernield, door het Duitse leger, om alles te camoufleren. Elke restant nu is echter een memoriaal dat onuitwisbaar is.

Reflectie

Aan tafel bij een drankje (en uiensoep) en later in de Orangerie (met verzorgde schotels) blijven we zitten met vele vragen. Hoe is zoiets mogelijk geweest? Zouden de mensen van Isis hier kunnen zien dat zij dezelfde weg opgaan? Wat zou ik hebben gedaan moest ik bewaker zijn geweest in zo’n kamp? Zou ik ook gezwegen hebben om te overleven? Wat hebben de overlevenden niet moeten doen, misschien tegen hun geweten in, om te overleven? Hoe is het om al je gevoelens en meeleven uit te schakelen en mensen niet meer als mensen te behandelen?

Pachelbel

Bij de uiensoep, de tiramisu en de warme appeltaart wilde iemand de canon van Pachelbel horen, La vita e bella, en enkele andere mooie melodieën. Ook dat zijn menselijke creaties. Zo voelden we ook even de andere zijde van de mensheid. Zo was deze zware dag nog wat verteerbaar.
 

Madeleine en Anita hebben er zin in, Guido zoekt zijn plek.


Oorspronkelijk was Auschwitz een fabriek voor synthetisch rubber


Cijfers te groot om te beseffen


Gebedsmantels van gedeporteerde joden


Barak waar ook pater Kolbe gevangen zat

 

Gedenkmuur van executies. Hier is Zijn Naam niet geheiligd. Hier stond ook Hij telkens tussen de slachtoffers.


In Birkenau: elke paal verwijst naar één barak.


Wie hier toekwam, stapte uit op de plaats van zijn/haar dood.


De barak van de ter dood veroordeelden: met zes per alkoof en met ratten voor wie op de vloer sliep.


Even bekomen in de zon


Op de weg naar de ingang van Birkenau, met sandalen die het niet hebben overleefd

 

maandag 13 juni 2016

Een eerste verkenning van Krakov


Maandag 13 juni 2016

In de buurt van het koningsslot

Een nieuwe ervaring: op familie-uitstap met broer Guido, zus Madeleine en haar vriendin Anita. We gaan naar Krakov. Alles loopt goed: vlot vertrek in Zaventem, al is het even wandelen naar boven tot aan de vertrekhal. Alleen soldaten die rondlopen en een tent bij de ingang doen denken aan de aanslagen van 22 maart. In Krakov beginnen we met een stadsverkenning. We logeren in hotel Kossak en dat is in de buurt van Wawel, het gebied van het koningsslot en de kathedraal. Het verstevigde slot was tussen 1038 en 1596 de residentie van de regenten van Polen. Het is een klim naar boven, die de moeite loont. Een prachtig plein, een mooie museumwinkel, waar Anita een glazen poesje koopt met een rossige buik. Madeleine laat er zich fotograferen bij het beeld van de vrouw met de hermelijn (een beeld gemaakt naar een schilderij van Da Vinci).

Drinken, eten, voetballen

De kathedraal is dicht. We wandelen langsheen de Maria Magdalenakerk (pas gepromoveerd tot apostel), de Franciscuskerk, het park en komen terug in de buurt van ons hotel. Anita telt 8000 stappen op haar stappenteller. Dan gaan we nog naar boven, op het zevende verdiep, de Orangeria, voor een drankje en uitzicht op Krakov. De torens die we overal zien hebben voor ons al wat betekenis. Madeleine heeft goede ervaringen met het Sheraton-restaurant. Het is meer eetcafé dan restaurant echter en de prijzen zijn flink geïndexeerd. Guido proeft er van de plaatselijke eiersoep en Rik riskeert om lamsvlees en kikkererwten te bestellen. Ook dat blijkt een soep! Maar de gerechten zijn overvloedig. Er is er maar één die zijn bord leeg krijgt en dan ook nog warme appeltaart met ijs als ‘dessert’ bestelt. Het dessert voor Guido is de match België-Italië. Resultaat: 0-2.  

Guido, Madeleine, Anita


Bloemenpracht bij de kathedraal


Madeleine is vertederd door de vrouw met een hermelijntje


Een poort van de barmhartigheid (oppassen voor de aflaten)




Zicht op Wisla, koningsslot en kathedraal

donderdag 5 november 2015

In dankbaarheid

Dinsdag 3 november

Wat doe je op je laatste dag in India? We gaan naar een tempel! Een heel bijzondere. De tempel nabij Vengalamma  Cheruvu. Zeven jaar geleden heeft Madeleine er een hindoepriester ontmoet met heel veel spirituele kracht. Ze zag hem ooit mensen behandelen die bezeten waren. Aan hem had ze gevraagd om de naam van onze ouders te smeden in de poort van de tempel. Nu was zij benieuwd om te zien of die tempel en die poort er nog waren. Het is niet zo ver van Puttaparthi. We gaan er met de riksja naartoe en die moet gas geven in de bergop. Het is een tempel die je niet kan zien vanaf de weg. De laatste 100 meter over een zand- en rotsweg doen we te voet. De tempel staat er nog, hij heeft zelfs echte muren gekregen. De poort is dicht … en de namen van onze ouders staan er nog op: Gertruda en Michel. Zij hebben hier een monumentje! Daar heeft hun dochter voor gezorgd.
 
De tempel is toegewijd aan de slangengod - de slang die er vroeger zat is nu weg. Vooral vrouwen komen hier offeren en bidden: zij laten hier sari’s achter en armbanden, vooral als ze ouder worden en willen sterven. Zij vragen dan om voor hun man te mogen sterven: weduwen hebben het immers moeilijker dan weduwnaren in India. Weduwen mogen bv. geen nieuwe relatie aangaan, moeten een witte sari dragen, en geen ring meer aan hun voeten, en ook hun erfrechten zijn beperkter. Er hangen hier heel veel sari’s en armbanden: de positie van de vrouw in India is dus verre van ideaal.

In de avond nemen we afscheid van Puttuparthi. Madeleine en Sabitha gaan naar de gebedsruimte van Sathya Sai Baba, om bij zijn graf te groeten en te danken. Ik heb een fiets gehuurd en ga nog even op fotoshoot: om foto’s te nemen van een aantal Baba-teksten die langs de weg staan en van een aantal instellingen die onder zijn impuls zijn ontstaan, o.a. een school, een sportcentrum, een internaat, een muziekacademie. Ik moet hier links rijden, maar dat valt mee.

Straks nemen wij de taxi naar de luchthaven van Bangalore. Sabitha gaat dan met de nachtbus naar Nellore. Voor haar is de maand te snel voorbij. Madeleine en ik vliegen richting België, met een tussenlanding in Frankfurt. We zorgen ervoor dat we tegen middernacht in de luchthaven zijn. Om kwart voor vier beginnen de vluchten van eerst bijna tien uur en dan nog één uur. Maar door de tijdsverschillen is het pas middag als we in Brussel aankomen.

Met heel veel dankbaarheid mag ik terugblikken op deze Indiareis.
Ik ben Sabitha dankbaar … Zij heeft als een goede moeder voor ons gezorgd, bv. dat wij altijd voor ons eetbaar voedsel (niet op zijn Indisch gekruid) hadden. Zij was de gids die verschillende Indische talen spreekt en begrijpt en het dan voor ons in het Engels omzette. Zij heeft mij gestimuleerd om zowel de plaatsen van mijn eigen geloof als die van het hare te bezoeken. Zij is een overtuigde hindoe, een model van geloof. En daarenboven heel een-makend. ‘Als je je eigen geloof goed beleeft, dan ben je een getuige voor anderen’, dat is haar visie.
Ik ben Madeleine dankbaar … Ik heb nog meer haar kwaliteiten gezien: ik mag blij zijn om zulk een zus te hebben. Zij is verstandig (dat zei trouwens ook de vogelman) en haar ideeën en belevingen zijn een stimulans voor mij. Zij kan tegelijk mensen heel nabij zijn en het toch luchtig houden, zij is al even emotioneel als ik maar de vreugde en de lach komen altijd terug. En ook zij is gelovig, anders dan ik en anders dan Sabitha, maar haar geloof zit in heel haar zijn en Swami heeft haar leven een diepe spirit en energie geschonken. Ik mag er voor haar 100% zijn, met mijn geloof, met mijn manier van doen en met mijn levenskeuze.

India was voor mij heel anders dan ik had gedacht. India … het geeft je inderdaad een cultuurshock …: het werd hoogtijd dat ik dat prachtige land en hun eigen cultuur een beetje leerde kennen. Het is nu voor mij geen ‘arm’ land meer, maar een land dat mij heeft verrijkt en waarvan ik zal blijven houden.
 
 
De zandweg naar de tempel

 
Sari's (rechts) en armbanden (boven en tegen voorzijde) hangen in de tempel.

 
Rik en Madeleine bij de poort met de namen van hun ouders.

 
De kleine tempel van Vengalamma Cheruvu.

 
Ingangspoort van Puttaparthi,
met bovenaan het schild van de ashram.

 
De wijsheden van Sathya Sai Baba
hangen er ook in het Nederlands.

 
Sporthal gebouwd onder impuls van Sai Baba.
 

maandag 2 november 2015

Met nieuwe verwondering en bewondering

Maandag 2  november

Het einde van onze Indiareis nadert. Nog één keer een volledige nacht in  India. Deze middag bracht de huisbewaker de ‘vogelman’ naar het appartement: we hadden hem zaterdag niet op de markt gezien, nu was hij op ronde door Puttaparthi. De man heeft een parkiet bij en die parkiet krijgt de opdracht om een pakketje kaarten te kiezen uit een reeks. Ik ben de eerste voor wie de parkiet kaarten moet oppikken. De man bekijkt de kaarten, en zegt dan een aantal dingen over mij. Hij slaagt erin om mijzelf te beschrijven op een wijze waarin ik mij direct herken: ik ben iemand die luistert en dan nadenkt (ik was nog maar net binnen – toen hij er al was - en hij kon dat al zien), ik houd sommige dingen liever voor mij, ik zeg de dingen waarin ik geloof éénmaal en daar houd ik het bij, er is iemand in mijn leven die erg jaloers op mij is maar die kan mij geen schade doen, enz. Daarna haalde hij er nog drie kaarten uit, en het waren drie ‘religieuze kaarten’: “De olifantgod die je intelligentie voedt, Vishnu die je doet scheppen, Jezus die ten hemel stijgt en die in jouw hart is.” Hij gaf mij ook dingen aan om verder over na te denken en adviseerde mij om geen zwart te dragen. Daarna koos de parkiet kaarten voor Madeleine, voor Sabitha, voor de vrouw van de huisbewaarder. Ook voor mijn broer Guido liet Madeleine kaarten oppikken. Het eerste wat de man over Guido zei was hij dat hij in de politieke sfeer zat (en dat klopt dus). Ook andere dingen over hem klopten. Spijtig genoeg hadden we geen foto van Guido bij, anders had hij meer kunnen zeggen. Maar hij zei wel nog dat Guido nu bekommerd was om ons! (En daar waren we allebei blij om … het was een bevestiging van ons aanvoelen.)

De uitspraken van die vogelman over elke persoon zijn geen goedkope horoscoop. Daar zit een hele psychologie, mensenkennis, intuïtie achter. Waar had hij die kennis vandaan? Hij had het geleerd van zijn vader en grootvader. Het was al meerdere generaties het beroep van zijn familie. Zijn zoon zou het niet verderzetten, maar hij zou het doorgeven aan iemand anders in de familie. En de parkiet? Die was ook al van in de tijd van zijn grootvader. Zo’n vogel kan 100 jaar worden. Aan deze zag je de hoge leeftijd: hij had niet echt een staart meer. De vogelman zelf was bovendien ongeletterd: kon lezen noch schrijven, ook al gebruikte hij een boek met tabellen. Het is om stil van te worden: met in onze ogen primitieve middelen wordt aan mensen geleerd om goed naar zichzelf te kijken. Ook dat is Indische cultuur.

We zijn vandaag bovendien uitgenodigd om te gaan lunchen bij de zoon van Bhagama, één van de vrouwen die ons gisteren vergezelde en die deze nacht bij één van haar zonen heeft verbleven. Daar heeft zij eten gemaakt voor ons. Zoon Venki haalt mij af met zijn motor. Madeleine gaat met Bhagama in de riksja. Zij kent deze mensen al langer en ziet ook de andere zoon, Seicho, weer – op zijn bruiloft zeven jaar geleden was Madeleine te gast. Hij is intussen vader van twee kinderen en stelt het goed met zijn vrouw. Hun huwelijk is trouwens niet ‘gearrangeerd’ door de ouders. Op heel jonge leeftijd zijn ze op elkaar verliefd geworden, wat toen tot grote conflicten met zijn en haar ouders leidde, maar ze hebben volgehouden in hun relatie en zijn met elkaar mogen trouwen. Zij zijn op vele vlakken een uitzondering in India.

Tegen de avond komen we in de buurt van de begraafplaats van de ouders van Sathya Sai Baba. Ze hebben een mooi grafmonument in Puttaparthi. Maar bij hun begrafenis is zoon Sathya afwezig gebleven. Het zat blijkbaar niet goed tussen hem en zijn ouders … Dat komt dus in de beste families voor! En, zoals ik zaterdag las in het museum: je kan je ouders niet zelf kiezen, maar dat is geen reden om hun ouderschap niet te waarderen. Zeker niet als ze gestorven zijn. Op deze Allerzielendag brengt het mij tot waardering van mijn ouders. Zij zijn met ons meegereisd … en hebben ook gezien, wat ik hier zie en wat Madeleine ooit tot hier heeft gebracht.

 
De vogelman en de parkiet

 
De parkiet kiest kaarten voor Madeleine.

 
Op de moto met Venki naar zijn  huis

 
Madeleine, Seicho, Venki, Bhagama

 
Met Rik (nog in zwart shirt)

 
De graven van de ouders van Sathya Sai Baba

 
Het grafmonument

 

zondag 1 november 2015

Bij de god van de limoenen en bij de apen

Zondag 1 november

In Kateswara Konda bevindt zich een kleine, oude tempel, er zijn apen en er zijn trappen: voldoende redenen om daar op bezoek te gaan. Amachi, de vrouw van de huisbewaarder, gaat mee en ook Bhagama, een oude bekende van Madeleine, die vroeger in Puttaparthi woonde en die we onderweg oppikken in haar dorp. Wij zijn met vijf passagiers en daarom rijden we in een grotere taxi, een ‘cap’, een stevige Tata met (minstens) zeven zitplaatsen. Het is een rit van zo’n 90 km, in erg landelijk gebied. De ossenkarren en de geiten komen ons herhaaldelijk tegen. Als we aankomen tegen elf uur is er een huwelijk geweest en zijn de ‘gewone diensten’ bezig. Hier zijn geen hindoepriesters (uit de kaste van de Brahmanen), maar er is al gedurende meerdere generaties een familie die het op zich neemt om de taken van de priesters te vervullen: zij nemen de offergaven aan, plaatsen ze bij de godheid, doen de ceremonie met vuur, delen gezegend water uit.

Heel bijzonder is hier de wijze waarop je hier een wens kan doen voor Shiva: je geeft een limoen af, de ‘priester’ legt die op het hoofd van de godheid, de persoon met de wens gaat op de grond zitten voor het heiligdom en wacht … tot de limoen valt. Dan zal de wens in vervulling gaan. Toen Sabitha er zat duurde het heel lang voor de limoen viel, toen paste ze haar wens aan … en de limoen rolde van het hoofd. Heel fijn was ook de aanwezigheid van een trommelaar en zanger. Hij was ‘de organist’ van dienst! Hij trommelde en zong aangepaste liederen, in het Telehoe, tot de godheid, opdat er zegen zou komen over de wensen van de persoon die daar nu zat.

Daarna gingen Madeleine, Bhagama en ik de trappen op, tot bij een grot in de heuvels. Daar hebben wellicht ooit ‘sanyasins’ verbleven (zij nemen afstand van de wereld en gaan leven in soberheid en meditatie). Er is een tunnel in de heuvel over zo’n 15 km, maar die mag je alleen in groep doorlopen en doorkruipen. Wij kunnen wel tot bij de godheid komen voor wie aan het begin van de tunnel een eredienst gebeurt, ook door een vervang-priester. Op de terugweg naar onder houden Madeleine en Bhagama halt om de apen te voederen. Zij hebben voor hen bananen meegebracht.

In de vooravond gaan we terrassen op het dak van het hotel waar ik verblijf. We worden er opnieuw omringd door apen. We mogen ze daar niet voederen, want de terrasbediende ziet die beestjes daar liever niet. Hij heeft een stok voor ze klaarstaan. Maar de apen zijn slim: als de man weg is, komen ze weer kijken.

 
Bij de tempel, met trommelaar.

 
Een vrouw zit voor het heiligdom, met haar wens,
hopend dat de limoen valt.

 
Plaatselijke trommelaar en zanger,
ondersteunt de eredienst.

 
Godheid,met een limoen op het hoofd,
bedienaar wacht.

 
De bedienaar in de grot slaat een kokosnoot stuk.

 
In deze grot hebben wellicht hindoe-kluizenaars gewoond.

 
Bananen voederen aan de apen.

 
Deze aap grijpt de bananen met zijn twee handen vast.

 
Zijn hoofd kaal laten scheren bij het heiligdom:
een bereidheid om zichzelf te ontdoen van egoïsme.

 
Bhagama, Madeleine, Sabitha, Amachi,
achter hen de tempel.
 
 
Moederaap met jong op het terras.

 
Met thee en vers fruitsap op het dakterras.